Over deze tekst
Herkomst & verantwoording
Wat hier online staat, is een Nederlandse uitgave van de Catechismus van Keach, ook bekend als De Baptisten Catechismus. Deze catechismus verscheen aan het eind van de zeventiende eeuw en is, net als De Westminster Korte Catechismus waarop hij teruggaat, eeuwenlang in baptistengemeenten gebruikt voor het gezin, het onderwijs aan jongeren en de persoonlijke overdenking. Waar mijn eerdere uitgave, De kleine catechismus: een baptistenversie, een gestroomlijnde bewerking uit 1991 volgt, gaat deze uitgave terug op de oudere, vollere Keach zelf.
Verhouding tot De kleine catechismus
Beide catechismi vloeien uit dezelfde bron voort, en voor het grootste deel lopen vraag en antwoord gelijk op. Waar dat zo is, heb ik de bewoording van De kleine catechismus overgenomen, zodat wie beide boekjes naast elkaar legt dezelfde vertrouwde taal terugvindt. Keach voegt daar echter een aantal dingen aan toe die in de kortere versie ontbreken: enkele inleidende vragen over het bestaan van God en het gezag van de Schrift, de verbondsleer, en aan het slot een korte onderwijzing over de gemeente en haar ambten. Juist die aanvullingen maken deze uitgave de moeite waard.
Keuzes bij deze uitgave
Als grondtekst volg ik de recensie van 1693, met in totaal honderdnegentien vragen. Op één punt heb ik daarvan afgeweken: vraag 3, “Behoort ieder te geloven dat er een God is?”, is ontleend aan de Founders-uitgave van 1695. Ze sluit natuurlijk aan bij de vragen over Gods bestaan en leek mij te waardevol om weg te laten.
Waar de kortere catechismus spreekt van “sacrament”, houd ik hier het woord inzetting aan. Dat is de taal van Keach zelf en past bij de baptistische traditie, die de doop en het Avondmaal liever als door Christus ingestelde ordinantiën aanduidt dan als sacramenten. Om dezelfde reden is de verbondstaal die Keach hanteert gehandhaafd: het verbond van leven met Adam (vraag 17) en het genadeverbond waarin God Zijn uitverkorenen verlost (vraag 25).
De doopleer is die van de baptisten: de doop wordt door onderdompeling bediend, en alleen aan hen die zelf geloof en bekering belijden, “en aan niemand anders” (vraag 100). Een aparte vraag over de kinderdoop kent de editie van 1693 niet, en die heb ik er dan ook niet aan toegevoegd; de uitsluiting ligt al besloten in vraag 100.
De schriftverwijzingen onder elk antwoord volgen de Herziene Statenvertaling, in aansluiting op De kleine catechismus. Waar vragen nieuw uit de bronnen zijn opgenomen, zijn de verwijzingen naar diezelfde vertaling gebracht. Op catechese.nl zijn de aangehaalde verzen bovendien met één klik in de Statenvertaling (SV) te lezen.
Tot eer van Hem die alle dingen geschapen heeft, en in Wiens dienst dit werk verricht is.
Jan Schraal — Urk, juli 2026
Terug naar De Baptisten-catechismus (1693).