Wat wil het negende gebod?
Dat ik tegen niemand valse getuigenis geve1, niemand zijn woorden verdraaie2, geen achterklapper of lasteraar zij3, niemand lichtelijk en onverhoord oordele of helpe veroordelen4; maar allerlei liegen en bedriegen, als eigen werken des duivels5, vermijde, tenzij dat ik den zwaren toorn Gods op mij laden wil6; insgelijks, dat ik in het gericht en alle andere handelingen de waarheid liefhebbe, oprechtelijk spreke en belijde7; ook mijns naasten eer en goed gerucht naar mijn vermogen voorsta en bevordere8.
Bijbelverwijzingen
Vertaling
- 1. Spreuken 19:5 · Spreuken 19:9 · Spreuken 21:28
- 2. Psalmen 15:3 · Psalmen 50:19 · Psalmen 50:20
- 3. Romeinen 1:30
- 4. Mattheüs 7:1 · Lukas 6:37
- 5. Johannes 8:44
- 6. Spreuken 12:22 · Spreuken 13:5
- 7. 1 Korinthe 13:6 · Efeze 4:25
- 8. 1 Petrus 4:8
- 1. Spreuken 19:5; Spreuken 19:9; Spreuken 21:28
- 2. Psalmen 15:3; Psalmen 50:19; Psalmen 50:20
- 3. Romeinen 1:30
- 4. Mattheüs 7:1; Lukas 6:37
- 5. Johannes 8:44
- 6. Spreuken 12:22; Spreuken 13:5
- 7. 1 Korinthe 13:6; Efeze 4:25
- 8. 1 Petrus 4:8