Skip navigatie

Inhoud

Les 6: de geloofsbelijdenis

Home > Doopcatechese > Les 6: geloofsbelijdenis


Matteüs 3,13-17
Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen. Johannes probeerde Hem tegen te houden. Hij zei: "Ik zou door U gedoopt moeten worden, en U komt naar mij?" Jezus gaf hem ten antwoord: "Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen." Toen liet hij Hem begaan. Toen Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen uit het water. En zie, daar opende zich de hemel voor Hem en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Hem neerkomen. Er kwam een stem uit de hemel, die zei: "Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind."

Korte uitleg: Er zijn weinige plaatsen in de bijbel waar God zich zo expliciet openbaart als Vader, Zoon en Geest als in de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper. Hiermee wordt Jezus identiteit onthuld: Hij is de Zoon van de Vader, op wie de Geest rust.

Opdracht: Hieronder staat de tekst van de apostolische geloofsbelijdenis. Lees de tekst een keer rustig door. Probeer als je de tekst een keer gelezen hebt, probeer dan een indeling te maken van de tekst.

De apostolische geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer.
Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria.
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven.
Die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden.
Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader.
Vandaar zal hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest
de heilige katholieke kerk
de gemeenschap van de heiligen
de vergeving van de zonden
de verrijzenis van het lichaam
en het eeuwig leven. Amen.


Instructie: De tekst van de geloofsbelijdenis kan je in drie stukken verdelen. Het eerste stuk loopt van "Ik geloof" tot "Schepper van hemel en aarde". Het tweede stuk van "En in Jezus Christus" tot en met "oordelen, de levenden en de doden". Het derde stuk van "Ik geloof in de Heilige Geest" tot en met "eeuwig leven. Amen".
De tekst gaat zo over God de Vader, over de Zoon en de Geest. In de bijbeltekst van de eerste les hebben we gelezen hoe Jezus zijn leerlingen de opdracht geeft om te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Vader, Zoon en Geest keren hier weer terug in de geloofsbelijdenis.

Nog beter is het om de tekst in vijf stukken te verdelen:
  1. Ik geloof in God.
  2. De Vader etc.
  3. En in Jezus Christus etc.
  4. Ik geloof in de heilige Geest etc.
  5. Amen.
Eigenlijk is de geloofsbelijdenis dan heel simpel! We zeggen niet meer (maar ook niet minder): "Ik geloof in God. Amen." Amen betekent dan zoveel als een instemming: "En zo is het".

Het lange tussenstuk vertelt dan over die God, dat Hij is Vader, Zoon en Geest. Drie-eenheid of triniteit: de ene God is drie. Hij is de liefde van de Vader voor de Zoon en van de Zoon voor de Vader. En Vader en Zoon samen hebben de schepping lief. Die liefde van God noemen we Gods Geest, en die liefde is God zelf.

In de tekst van de geloofsbelijdenis zie je hoe de Geest bij ons hoort en te maken heeft met de dingen van het geloof die ons direct aangaan: kerk, gemeenschap zijn, vergeving, eeuwig leven.

Opdracht: De tekst van de geloofsbelijdenis is geen gemakkelijke tekst. Het is dan ook niet gemakkelijk om er iets mee te krijgen. Maar misschien kan je als je de tekst nog eens doorleest aangeven of er een passage is die je aanspreekt, die misschien iets onder woorden brengt van je eigen Godsbeeld, zoals je dat in de vorige les onder woorden hebt proberen te brengen.

Hieronder kan je kijken welke passages genoemd zijn door andere ouders, en waarom. Als je wilt kan je daar je eigen leeservaring aan toevoegen.



Opdracht: Misschien dat er dingen in staan die vragen oproepen, waar je al lezend even hapert, omdat je het niet begrijpt, of omdat je er gewoon niets mee kan.

Hieronder kan je vragen stellen, of de vragen lezen van andere ouders en de antwoorden die daarop gegeven zijn.



Ga door naar les 7