Skip navigatie

Inhoud

Les 4: wat is geloven?

Home > Doopcatechese > Les 4: geloven


Galaten 3, 23-28
Vóór de komst van het geloof stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. Want u bent allemaal kinderen van God door het geloof, in Christus Jezus. Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed. Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrij, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus.

Korte uitleg: Misschien klinkt deze tekst je wat zwaar in de oren. We hebben de tekst gekozen voor deze les omdat er een verband wordt gelegd tussen de doop en geloven. De doop wordt ook wel het sacrament van het geloof genoemd, omdat je door de doop opgenomen wordt in de geloofsgemeenschap, de groep die zich heeft verzameld rond het geloof in Jezus Christus. Geloof heeft dan ook een centrale plek in de doop. Maar wat is dat, geloven?

Opdracht: Hieronder staan twaalf stellingen over geloven. Lees ze allemaal eens rustig door en kies er vervolgens een uit die je aanspreekt en een die je tegenstaat of waarmee je het oneens bent. Bedenk, of schrijf op of vertel waarom je voor deze twee stellingen gekozen hebt.


Stellingen over geloven
  1. Geloven is liefhebben.
  2. Geloven houdt in dat je de geloofsbelijdenis kan beamen.
  3. Geloven is een opgave.
  4. Geloven is dat je een relatie hebt met God.
  5. Geloven is dat je wil leven zoals Jezus leefde.
  6. Geloven, daar heb ik de kerk niet voor nodig.
  7. Geloven is een gave.
  8. Mensen die geloven laten zich door anderen iets voorschrijven.
  9. Geloven is dat je ja zegt op alles wat de kerk leert.
  10. Geloven is dat je met vertrouwen in het leven staat.
  11. Geloven kan niet zonder een geloofsgemeenschap.
  12. Geloven is . . .

Hieronder kun je de stellingen lezen die door ouders zijn gekozen en de redenen waarom. Als je wilt kan je meedoen door daar je eigen keuze en motivatie aan toe voegen.



Instructie: Je kan geloven op twee manieren verstaan. Op de eerste manier betekent geloven zoveel als "iets voor waar houden". "Ik geloof dat God bestaat", "ik geloof niet dat de wereld in zeven dagen geschapen is", maar ook "ik geloof dat ik zojuist Jan zag lopen". Op de tweede manier betekent geloven "een vertrouwens- of liefdesrelatie hebben met". Bijvoorbeeld als je zegt "Ik geloof in jou", "ik geloof in mijzelf", "Ik geloof in God".

Beide manieren van verstaan zijn aan de orde. Want als je gelooft in iets of iemand, dan houd je ook een aantal zaken voor waar. Als ik zeg "Ik geloof in jou", dan zeg je eigenlijk ook "Ik geloof dat jij mijn vertrouwen waard bent". Of als je zegt "Ik geloof in God", dan zeg je impliciet "Ik geloof dat God bestaat en dat Hij betrouwbaar is".

Beide manieren van verstaan zijn waar, maar je moet ze niet door elkaar halen. Een discussie over wat je allemaal voor waar houdt, ook al heb je daar misschien geen onomstootbare bewijzen voor, is vaak minder interessant dan een gesprek over je geloof in iemand, in God.

Ga door naar les 5