Skip navigatie

Inhoud

Les 1: Waarom wil je je kindje laten dopen?

Home > Doopcatechese > Les 1: doopmotivatie


Matteüs 28, 16-20
De elf leerlingen trokken naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had aangewezen. Toen ze Hem zagen, vielen ze op de knieën, sommigen twijfelden. Jezus kwam op hen toe en zei: ’Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.

Korte uitleg: We hebben deze tekst gekozen voor de eerste les om te laten zien dat het gegeven dat de kerk doopt niet uit de lucht is komen vallen. Het gaat terug op een opdracht van Jezus. In de tekst kun je lezen dat er gedoopt wordt "in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest". In een volgende les, die over de geloofsbelijdenis, komen we te spreken over de betekenis daarvan.

Opdracht: Bedenk bij jezelf waarom je je kindje wilt laten dopen. Heb je daar speciale verwachtingen bij? Welke? Speelt je eigen achtergrond daarbij een rol? Ben je zelf gelovig opgevoed, of juist niet? Is dat bij jou en je partner hetzelfde, of juist niet?

Hieronder kun je de antwoorden lezen die door ouders zijn gegeven op deze vragen. Als je wilt kan je daar je eigen antwoorden aan toe voegen. Zo lezen andere ouders weer hoe jij daar over denkt. Misschien lees je wel een antwoord dat je aanspreekt, en word je zo geholpen voor jezelf een doopmotivatie te formuleren. Misschien herken je je in de antwoorden van andere ouders, of misschien is je eigen antwoord wel uniek? Of misschien wil je een vraag stellen aan iemand die heeft gereageerd?



Instructie: De eerste les staat de doopmotivatie centraal. En door daarover met elkaar te spreken leren we elkaar meteen een beetje kennen. We komen er achter dat er verschillende redenen kunnen zijn voor ouders om hun kind te laten dopen. Blijkbaar is er niet een ’beste’ doopmotivatie. Je hoort motivaties die je aanspreken, andere staan wat verder van je weg. Sommige ouders kunnen hun doopmotivatie heel precies onder woorden brengen, anderen hebben daar meer moeite mee.

En je leest tegelijkertijd de levensverhalen van andere ouders. Hoe zij zelf zijn opgegroeid. De een keurig rooms-katholiek opgevoed, de ander protestants, weer een ander zonder geloof. Allemaal zijn ze hun eigen weg gegaan. De een komt nooit (meer) in de kerk, de ander nog geregeld, of alleen maar met kerstmis. Ook hier verschillen, maar ook herkenning. Hé, ik ben niet de enige ...

Ga door naar les 2